Een potje Rummikub

‘Mam, potje rummikub?'

Mijn dochter heeft de doos dan al op tafel gezet, omdat ze weet dat ik daar meestal ‘ja’ op zeg. Vooral sinds er al spelend zo’n gaaf einde is ontstaan.

De oude ‘mini-editie’ met zilverkleurige kartonnen fiche stond jaren werkloos in de kast. Eens van mijn ouders gekregen voor mijn verjaardag en meeverhuisd naar daar waar ik ging. Mijn naam nog op de doos, in de keurige blokletters van mijn moeder, zodat er geen ruzie met mijn broertje zou zijn over het eigenaarschap van dit spel.

Tegenwoordig is ‘ie favoriet bij mijn dochter en mij. En dan vooral het moment nádat er een winnaar is. Die wordt, na het baalmomentje van de ander, eerst uiteraard hartelijk gefeliciteerd en dan gebeurt het!

De verliezer legt haar stenen open op tafel. De winnaar kijkt mee en samen zoeken we een manier waarop zij haar stenen ook kwijt kan. Soms is die snel gevonden. Da’s lekker voor het dopaminevinkje, hoera gelukt! Maar soms zien we echt geen mogelijkheden voor die laatste fiches. En dat is zoveel leuker! Want dan ontstaan er kansen!

Dan kunnen een groene 6, een blauwe 8 en een rode 3 ook best samen in één rijtje, met hun ronde vormen. En die dubbele rode 2 die nergens past? Die kan best bovenop de andere die al wel in een rijtje ligt. Rijtjes kunnen immer ook omhoog, toch? Zeker met hetzelfde cijfer. Of een mooie serie van een blauwe 4, een joker, een groene 5, weer een joker en tot slot nog een blauwe 4. Spiegelbeeld is ook een patroon, besluiten wij ter plekke.

Ik geniet het meest als zij met een stalen gezicht zegt ‘Welk laatste fiche?’ terwijl ze het betreffende kaartje, dat we ècht niet meer kwijt kunnen, op datzelfde moment met een flip van haar pols achteloos, maar opvallend genoeg voor mij, over haar schouder weggooit. De gespeelde verbazing in haar stem en de lach in haar ogen doen het ‘m.

Ik geniet van de verschuiving van perspectief, raak betrokken bij wat er ontstaat als we ons 'niet aan de regels houden’, voel ruimte voor ontdekking en onderlinge afstemming over het nieuwe eindresultaat. Maar ga ook vol mee in een levendige discussie of betrokken verontwaardiging als de ander de mogelijkheden te ver oprekt.  

In dat kleine moment, als het spel volgens de regels eigenlijk al klaar is en we onszelf iets anders gunnen, is er ruimte voor verschil, voor intrinsieke betrokkenheid en voor ontdekken wat er allemaal nog meer mogelijk is als alles van waarde blijkt.

Dit is wat ik als vanzelf meeneem bij een individuele ontwikkelvraag of in een team als het gaat om inzet van talent en werkgeluk, als het gaat om bijdragen en verbinding. Niet als ludieke, leuke werkvorm, maar als menselijke  noodzakelijkheid naast structuur, doelmatigheid en resultaatgerichtheid.

Ga ik nu eerst maar eens dat 'verdwenen' fiche onder de kast proberen uit te vissen 😉